Celpack:
Is een peldarm op basis van cellulose voor de productie van o.a "Hotdog", Wiener-, Frankfurterworstjes en vele andere applicaties.
Deze kan gebruikt worden met volledig automatische afdraai en ophang machines (hiervoor is het product indertijd speciaal ontwikkeld),
of halfautomatische als ook conventionele vulmachines.
Verpakking:
De darmen zijn opgestroopt in sticks, waarbij gebruik wordt gemaakt van "high pressureshirring" en gepakt in "caddies"
welke gesealed zijn in polyethyleen; deze caddies zijn weer per 6 of 4 stuks gepakt in kartonnen dozen.
Kaliber:
Wij kunnen elk kaliber van 15mm t/m 32mm als ook tussen maten leveren.
De sticks worden naar keuze van de klant opgemaakt in 55 voet t/m 160 voet.
Als optie zijn horizontale strepen in diverse kleuren leverbaar.
Cellulose: oorsprong, structuur en eigenschappen
Cellulose is een polymere suiker die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt (vooral
bomen) en die de plant stevigheid geeft. De stof zit in veel natuurlijke vezels. Hout bestaat
voor een groot deel uit cellulose, maar bevat ook andere stoffen zoals lignine, pectine, wassen
en harsen. Cellulose bezit een vezelachtige structuur. Katoen en watten zijn nagenoeg zuivere
cellulose.
In tegenstelling tot andere polymere suikers zoals zetmeel en glycogeen is cellulose slecht
afbreekbaar en dus ook moeilijk te gebruiken als voedsel. Enkel dieren die gebruik maken van
bacteriën in hun darm en die daarvoor over de vereiste enzymen beschikken, kunnen cellulose
verteren.
De meest gebruikte cellulosebron voor de viscosebereiding is houtpulp. Bij gebruik van
houtpulp als cellulosegrondstof wordt geopteerd voor zacht hout (zuiderse den). Dit hout
bestaat voor 40 à 50 % uit cellulose. Houtcellulose moet eerst bevrijd worden van
begeleidende stoffen zoals lignine, pectine en harsen voor het wordt verwerkt tot
houtpulpbladen. Deze houtpulpbladen bevatten een constant percentage aan droge cellulose.
Scheikundig gezien is cellulose een natuurlijk lineair polycondensatieproduct. Dit verklaart
ook de vezelachtige structuur van cellulose. Het is namelijk een polymeer van glucose.
Onderstaande figuur 1.1 geeft de structuur weer van cellulose. Figuur 1.1 Structuur van cellulose.
De polymerisatiegraad en dus ook de molecuulmassa van cellulose is niet eenvoudig te
bepalen. Deze zijn sterk afhankelijk van de voorbereiding en de oorsprong van het monster.
De celluloseketens van houtpulp die in de natuur voorkomen hebben een polymerisatiegraad
van ongeveer 10000 moleculen. Bij het zuiveringsproces worden de celluloseketens al
gedeeltelijk afgebroken. Bij hout zal de afbraak van celluloseketens groot zijn door de
intensieve zuiveringsprocedure. De polymerisatiegraad wordt dan ook gereduceerd tot een
gemiddelde ketenlengte van 1300 monomeren.
Cellulose is niet geschikt om als grondstof gebruikt te worden. Door zijn grote
moleculemassa zal cellulose ontbinden bij verwarming, voordat het de kans heeft plastisch te
worden. Daarenboven is cellulose onoplosbaar in de gebruikelijke oplosmiddelen.
Om deze reden zullen cellulosederivaten vervaardigd worden met de bedoeling een verlaging
van het verwekingpunt te bekomen, alsmede een betere oplosbaarheid. Een van deze
derivaten is cellulose-xanthogenaat.
Het is mogelijk om uit de structuur van cellulose (zie figuur 1.1) op te maken dat er per
glucose molecuul drie voor reactie beschikbare hydroxylgroepen zijn. Deze groepen kunnen
onder andere een verestering of verethering ondergaan. Er moet wel gezorgd worden dat door
de mechanische actie de celluloseketens niet te veel afgebroken worden. Dit zou de
mechanische eigenschappen van de cellulose negatief kunnen beïnvloeden.