Kaas is het al dan niet gegist product, verkregen hetzij door het lebben of verzuren, anders door het al dan niet verzuren van volle melk. Deze volle melk dan al niet verrijkt worden met room van afgeroomde melk of karnemelk.
Benamingen van de kazen:
Magere kazen
minder dan 20 % vetgehalte
Kazen
vanaf 21 tot 40 % vetgehalte
Vette kazen
vanaf 41 tot 45 % vetgehalte
Extra vette kazen
vanaf 46 tot 50 % vetgehalte
Dubbele roomkazen
vanaf 50 tot 60 % vetgehalte
Drievoudige roomkazen
vanaf 61 % en meer vetgehalte
Kaasfamilies:
Verse kazen
Zachte kazen:
Koemelk, schapemelk of geitemelk
Doorgeweekte kazen
Halfharde kazen
Harde kazen
Gekookte harde kazen
Blauwe kazen
Koemelk, schapemelk
Gesmolten kazen
Analyse van de GOUDA kazen:
P.H. waarde
Minimum
Maximum
Gemiddeld
2 weken
5.09
5.5
5.31
6 weken
5.24
5.78
5.38
14 weken
5.35
5.68
5.45
Water
Minimum
Maximum
Gemiddeld
2 weken
39.8
45.5
42.0
6 weken
37.1
43.7
39.9
14 weken
33.5
40.2
36.7
E.F.D.
Minimum
Maximum
Gemiddeld
6 weken
53.5
60.8
56.4
Zout
Minimum
Maximum
Gemiddeld
Droge kaas
2.93
5.14
3.84
Zuurfase (2 weken)
4.07
7.05
5.29
Zuurheid
Minimum
Maximum
Gemiddeld
Vet 14 weken
1.64
4.48
2.70
% Extra droge stikstof
Minimum
Maximum
Gemiddeld
6.14
7.34
6.49
Toaal oplosbare stikstof
Minimum
Maximum
Gemiddeld
6 weken
18.01
36.09
27.4
Toaal oplosbare stikstof
Minimum
Maximum
Gemiddeld
14 weken
24.68
36.50
30.61
Stikstof - Aminozuur
Minimum
Maximum
Gemiddeld
6 weken
3.28
8.76
5.51
Stikstof - Aminozuur
Minimum
Maximum
Gemiddeld
14 weken
5.43
10.54
7.59
Gewichtsverlies opslagplaats:
PERIODE
Percentage
Van 1 ste tot 15 dagen
2 %
Vanaf 16de dag tot 5 weken
3 %
Vanaf 5de tot 6de week
1 %
Vanaf 15 dagen tot 2 maanden
6 %
ùVanaf 15 dagen tot 3 maanden
8.50 %
Vanaf 15 dagen tot 4 maanden
10 %
Bewaring van de kazen:
Stapelplaats (reserve)
Winkel (verkoopspunt)
Soort
Temperatuur
° Celcius
Hygrometer
Temperatuur
° Celcius
Hygrometer
Gekookte harde kaas
+ 10° à + 14°
90 %
+ 8 ° à + 14°
85 %
Harde kaas
+ 8 ° à + 10°
80 à 85 %
+ 1 ° à + 12°
80 %
Halfharde kaas
+ 6 ° à + 8 °
85 %
+ 6 ° à + 8 °
85 %
Blauwe kaas -----------------
Schapemelk
+ 1 ° à + 3 °
55 à 70 %
+ 5 ° à + 7 °
95 %
Koemelk
+ 5 ° à + 7 °
95 %
+ 5 ° à + 7 °
95 %
Zachte kaas -----------------
Schapemelk
+ 5 °
80 %
+ 3 ° à + 10 °
85 %
Koemelk
+ 5 °
80 à 85 %
+ 3 ° à + 10 °
90 %
Doorgeweekte kaas
+ 5 °
90 à 95 %
+ 3 ° à + 10 °
95 %
Verse kaas
+ 0 ° + 2 °
85 %
+ 1 ° à + 5 °
90 %
Gesmolten kaas
+ 5 ° à + 10°
85%
+ 2 ° à + 14°
85 %
Kaasbereiding (Nederland)
De eerste stap in kaasbereiding is het toevoegen van stremsel en zuursel aan de melk. Hierdoor gaan de eiwitten, vooral het caseïne, in de melk samenklonteren, waarbij het vet en vocht ingesloten wordt. Zo ontstaat de wrongel. Het zuursel bevat de melkzuurbacterie Lactococcus, de 'bolvormige melkbacterie'. Stremsel wordt gewonnen uit de maaginhoud van jonge dieren, bijvoorbeeld van kalveren of kunstmatig gemaakt.
De witte, nog slappe wrongel die maar enkele uren was geperst werd vooral vroeger in Amsterdam gegeten als meikaas. Tegenwoordig is meikaas nauwelijks meer verkrijgbaar, omdat er slechts enkele liefhebbers van zijn.
Vervolgens wordt door snijden en verwarmen zo veel mogelijk vocht uit de wrongel geknepen. Het afgetapte vocht heet wei. De wei bevat nog waardevolle stoffen en wordt bijvoorbeeld in dierenvoeding gebruikt, maar ook in sommige frisdranken toegepast.
De wrongel wordt in een vat gedaan en verder samengeperst. Vervolgens wordt de wrongel in zout water gedompeld (het zogenaamde pekelbad). Het zout dat in de kaas dringt bevorderd de korstvorming, de stevigheid, de smaak en ook de houdbaarheid. Een fabriekskaas blijft langer in de pekel liggen dan een echte boerenkaas; daardoor neemt de kaas meer vocht op (meer kilo's, dus een hogere verkoopprijs) en wordt zouter. Een normale Goudse fabriekskaas zit op ongeveer 4% zout, een fabriekskaas met 25% minder zout (maaslander) op ongeveer 3%, en een boerenkaas op ongeveer 2%.
De kaas is na het pekelbad nog slap. Door de kaas te laten rijpen wordt ze steviger. De rijping duurt 4 weken tot 1 jaar. Hoe langer de kaas rijpt, des te zouter wordt deze, maar de kaas krijgt ook meer smaak. De meeste Nederlanders hebben een uitgesproken voorkeur voor kaas met een bepaalde rijpingstijd. Om de rijpingstijd van een kaas aan te geven bestaan er verschillende termen. Deze termen zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
Benaming
Rijpingstijd
Jonge kaas
4 weken
Jong belegen
8 weken
Belegen
4 maanden
Extra belegen
7 maanden
Oude kaas
10 maanden
Overjarige kaas
12 maanden of meer
Tijdens het rijpingsproces ontstaan gaten in de kaas, die worden veroorzaakt door de uitzetting van het "laatgas". In Nederlandse kaas zitten meestal weinig gaten. Diverse kaassoorten worden bereid met hulp van schimmels die door de kaas heen (blauwschimmelkaas) of op de korst (witschimmelkaas) worden aangebracht.
Voornaamste kaassoorten:
Zwitserland
Specialiteiten
Gekookte harde kazen
Nederland
Specialiteiten
Harde kaas
Frankrijk
Specialiteiten
Zachte kaas, blauwe kaas en doorgeweekte kaas.
België
Specialiteiten
Harde kaas
Kaassoorten per land
Nederland
Edammer kaas - Kaas in kleine bollen van circa 1,7 kilogram.
Friese nagelkaas - Een kaas waaraan kruidnagels zijn toegevoegd. Deze kaas komt het best tot zijn recht als met een pittige smaak (minimaal belegen).
Graskaas: Jonge kaas die gemaakt wordt van de melk die de koeien geven als ze in het voorjaar weer naar buiten gaan.
Hooikaas: Kaas uit de winterperiode, die minder wordt gewaardeerd dan graskaas.
Goudse kaas - de meest bekende en gegeten kaas. De vorm is een wiel van ca. 15 kg.
Kernhemmer
Leidse kaas - Deze kaas wordt gemaakt uit gedeeltelijk afgeroomde melk met toevoeging van karnemelk en stremsel. Door de wrongel wordt komijnzaad gemengd.
Boerenkaas - Kaas gemaakt van melk die direct op de kaasboerderij is verkregen. Deze kaas heeft door zijn ambachtelijke bereidingswijze en rijpingsproces een karakteristieke smaak.
Smeerkaas - Dunne smeerbare kaas die wordt verkregen door diverse kazen te smelten onder toevoeging van smeltzout.
In mindere mate ook kazen met ander kruiden en specerijen, zoals mosterd, sambal, pesto, rucola, peppadew, bieslook en brandnetel
Gewassen-korst-kazen zijn zacht van binnen en hebben een oranje tot rode buitenkant. De karakteristieke korst wordt gemaakt door tijdens het rijpingsproces de kazen twee tot drie keer per week af te borstelen en te wassen met zout water met een bepaald bacteriemengsel, of met een ander mengsel, wat een specifieke smaak tot oorzaak kan hebben. De korst blijft soepel en glad, de inhoud zacht en kan zeer sterk van smaak en geur worden.
Voorbeelden:
Boulettes d'Avesnes
Dauphin (kaas)
Epoisses AOC
Gris de Lille
Langres AOC
Livarot AOC
Maroilles AOC
Mont d’Or AOC
Le Montagnard
Pont l’Évêque AOC
Port Salut
Reblochon AOC
Rollot
Saint-Albray
Tourrée le Rustique
Witte-korst- of witschimmelkaas
Voorrijping vindt plaats gedurende ongeveer 20 uur bij een temperatuur van (10-15°C). Stremming vindt plaats door de toevoeging van stremsel, en kan versneld worden door het toepassen van druk. De wrongel wordt niet gesneden. Twee dagen rusten de kazen bij 15°C voordat ze gezouten worden en de witte schimmel op de korst gestrooid wordt. Vervolgens moeten de kazen nog enige tijd rijpen, een rijpe kaas is vloeibaar van binnen.
Voorbeelden:
Brie de Coulommiers
Brie de Meaux AOC
Brie de Melun AOC
Camembert de Normandie AOC
Caprice des Dieux
Chaource AOC
Neufchâtel AOC
Saint-Aubin
Harde kazen (op basis van verhitte melk)
De melk voor de kaas wordt eerst tot 63° - 65 °C verwarmd (afhankelijk van of de kaas “rauwmelks” moet zijn of niet). Na koeling tot 32°C wordt stremsel toegevoegd. Na ongeveer een half uur is de melk een vaste massa, die in kleine stukjes gesneden wordt en waarbij wei ontstaat. Het mengsel van wrongel en wei wordt nog weer tot 55°C verwarmd en een uur op die temperatuur gehouden. Vervolgens worden wei en wrongel zo goed mogelijk gescheiden en wordt de wrongel in vormen gebracht en geperst. Na een aantal uren wordt dan de kaas in een koele kelder opgeslagen (12°C) voor een periode tot 3 weken, waarna de kaas verhuist naar een ruimte op 20°C. In deze periode vindt het grootste deel van de fermentatie plaats, waarbij de lacto-bacteriën de melksuiker omzetten in melkzuur. Dan ontstaan ook de kenmerkende gaten (ogen) in de kaas. Hoe langer op deze temperatuur, hoe meer gaten. Gaat de kaas weer snel naar de koudere omgeving, dan blijven de gaten klein.
Voorbeelden:
Beaufort AOC
Comté AOC
Emmentaler
Halfharde kazen (niet verhitte melk)
De kazen die volgens dit procédé gemaakt worden zijn veelal vanouds de abdij-kazen. De melk wordt verwarmd tot 25°C en licht aangezuurd. Stremming vindt plaats in een half uur tot drie kwartier, waarna de wrongel gesneden wordt. Na verwijdering van de wei wordt de kaas gewassen in water van 40°C, en vervolgens (meestal) gezouten en geperst. De niet gezouten kazen gaan nog in een pekelbad. Vervolgens gaat de kaas naar rijpingsruimtes / droogplaatsen, en rijpt daar verder bij een temperatuur van 15°C. Rijpingstijden lopen uiteen van 15 dagen (St. Paulin) tot 3 maanden (Cantal) en meer.
Voorbeelden:
Abondance AOC
Cantal AOC
Laguiole AOC
Morbier AOC
Ossau-Iraty
Raclette
Reblochon
Salers AOC
Saint-Nectaire AOC
Saint-Paulin
Blauwaderkaas
De melk wordt verwarmd tot 32°C en vervolgens met stremsel en druk gestremd. De wrongel wordt in kleine stukjes gesneden en het water wordt uit de kaas verwijderd. De schimmel wordt toegevoegd en de kaas wordt gezouten. De blauwe aders ontstaan door de verdeling van de schimmel door de kaas. De kazen worden eerst in een koele grot bewaard voor een korte periode, waarbij ook de korst nog gezouten wordt. Daarna worden er met naalden gaten in de kaas geprikt, zodat er lucht bij kan om de schimmels beter te laten groeien. De kazen rijpen verder in grotten, warmere voor snellere rijping, koude voor langzamer rijping.
Voorbeelden:
Bleu d'Auvergne AOC
leu de Gex / Haute Jura AOC
Bleu des Causses AOC
Bleu du Vercors-Sassenage AOC
Fourmes d'Ambert AOC / Fourmes de Montbrison AOC
Rochebaron
Roquefort AOC
Smeltkaas
Voor smeltkazen worden veelal harde kazen gebruikt die niet aan de hoge AOC eisen konden voldoen. Niet zozeer vanwege de smaak als wel vanwege misvormingen. De kazen worden ontkorst, geraspt, vermengd met boter of melk, eventueel worden kruiden toegevoegd en tenslotte wordt de kaas verwarmd tot 95-125°C. Hoe warmer des te langer houdbaar.
Voorbeelden:
Cancoillote
Reybier walnoot
La vache qui rit
Verse kaas
De kaas stremt langzaam, in 12-24 uur, het stremmen op basis van geselecteerde stremsel laat de kaasvlokken wel opgelost in de wei, dit levert een soort van gel op. Wei wordt wel deels afgegoten (kan ook weggecentrifugeerd worden). Een vrij groot deel van de wei blijft dus in wezen in de kaas, wat het hoge vochtgehalte verklaart. De kaas kan naturel of gekruid gegeten worden.
Voorbeelden:
Fromage Blanc of kwark
Paturain
Saint-Moret
Geitenkaas
Deze familie wordt niet gekenmerkt door een bereidingswijze maar door de afkomst van de melk. Eigenlijk heb je het onderscheid zoals hiervoor gegeven ook voor de kazen van geitenmelk. Ook daar heb je blauwe kazen, witte kazen, etc. Veel van de geitenkazen zijn jong, worden snel verwerkt en vaak nog met de hand gemaakt. Met name de kleine geitenkaasjes hoeven niet langer dan een week rijpen voordat ze al verkocht kunnen worden. In grotten of kelders kan het rijpingsproces langzamer verlopen en kunnen kazen in allerlei gradaties van verdroging aangemaakt en verkocht worden.
Voorbeelden:
Banon
Chabichou du Poitou AOC
Chevrotin AOC
Crottin de Chavignol AOC
Pélardon AOC
Picodon de l'Ardèche AOC of de Picodon de la Drôme AOC
Pouligny Saint-Pierre AOC
Rocamadour AOC
Sainte-Maure de Touraine AOC
Selles-sur-Cher AOC
Valençay AOC
Schapenkaas
Net als bij de geitenkaas is hier de afkomst van de melk bepalend en niet het bereidingsprocédé. De kaas kan hiervoor in de eerder genoemde groepen ook al voorkomen.
Voorbeelden:
Brocciu/Broccio AOC
Ossau-Iraty AOC
Roquefort AOC
Stremsel
Zijn spijsverteringsenzymen afkomstig uit de lebmaag van het kalf. Het is een bijproduct van de kalverslachterij.
Stremsel bevat een eiwitsplitsend enzym, chymosine, dat zorgt voor het samenklonteren van bepaalde melkeiwitten. Deze eigenschap van chymosine maakt dat de melk stremt en er wrongel ontstaat, de voorloper van de kaas. Chymosine is zeer actief, er is maar heel weinig van nodig om kaas te maken. Één liter kalfsleb met chymosine is voldoende om 10.000 liter melk (bij 34°C) binnen drie kwartier te laten stremmen.
Veel vegetariërs eten geen kaas waarin dierlijk stremsel is verwerkt. De meeste moslims eten het wel, omdat stremsel geen vlees, melk of bloed is, waardoor de kaas met stremsel van een niet-halal geslacht rund toch halal is.
Er zijn twee alternatieven voor dierlijk stremsel, te weten:
plantaardig stremsel, op basis van plantenextracten;
stremsel van genetisch gemodificeerde micro-organismen, waarbij een kalfgen in een bacterie wordt ingebracht.
De tweede soort wordt niet in Nederland geproduceerd, maar is soms via import verkrijgbaar. Kaas van plantaardig stemsel is te koop in sommige supermarkten, bijvoorbeeld van het merk De Groene Koe, en bij de natuurvoedingswinkels.
Wrongel
Bij het maken van kaas is de wrongel de massa van net samengeklonterde eiwitten uit de melk die het eerste stadium van de kaas vormen.
De wrongel is wit, en wordt sterk geperst zodat zoveel mogelijk vocht wordt uitgedreven.
Wei (melk)
Wei of melkwei is de vloeistof die bij het kaasmaken ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel. De vaste bestanddelen, de wrongel, blijven over nadat de wei is afgetapt.
Wei bevat nog veel stoffen uit de melk. Dit zijn vitamines (vooral uit de B-groep), wei-eiwit, melksuiker en mineralen. Wei bevat nog nauwelijks vet. De samenstelling hangt af van de herkomst van de melk.
In de natuurgeneeskunde is het een populair product. Wei wordt ook gebruikt als grondstof voor frisdrank.
Appellation d'Origine Contrôlée (AOC)
Appellation d'Origine Contrôlée (soms afgekort tot AOC of AC) is een Franse kwaliteitscontrole op landbouwproducten.
Deze producten moeten voldoen aan de productievoorwaarden die zijn vastgesteld door het I.N.A.O. Deze bepalingen zijn zeer streng, en gelden voor aan aantal producten:
Kaas:
Voor kazen hebben de eisen van het INAO met name te maken met:
het gebied waar de kaas geproduceerd wordt
het gebied waar het vee waarvan de melk gebruikt wordt moet verblijven
het voedsel van het vee
het type melk dat voor productie gebruikt wordt (koe, schaap, geit)
de productiewijze van de kaas
de rijpingswijze en rijpingsperiode
de kwaliteitscontrole
Bij elke geproduceerde kaas moet aangegeven worden:
Naam van de appellation d'origine, bijvoorbeeld Appellation d'Origine Bleu d'Auvergne
De naam en de firmanaam van de producent en het adres.
De vermelding "France", "Produit de France" of "Produce of France" in geval van export.
Code voor de productie-partij.
Lijst van Franse kazen met het AOC-keurmerk.
Kaas
Regio
Jaar van toekenning
Abondance
Rhône-Alpes
1990
Beaufort
Rhône-Alpes
1976
Bleu d'Auvergne
Centraal Massief
1975
Bleu des Causses
Centraal Massief
1979
Bleu du Haut Jura
Bleu de Gex
Bleu de Septmoncel
Franche-Comté
1977
Bleu du Vercors-Sassenage AOC
Rhône-Alpes
1998
Brie de Meaux
Île-de-France
1980
Brie de Melun
Île-de-France
1980
Brocciu
Corsica
1988
Camembert de Normandie
Normandië
1983
Cantal
Fourme de Cantal
Centraal Massief
1980
Chabichou du Poitou
Centre
1990
Chaource
Champagne-Ardennen
Bourgondië
1977
Comté
Franche-Comté
1976
Crottin de Chavignol
Chavignol
Centre
1976
Epoisses
Bourgogne
1991
Fourme d'Ambert
Fourme de Montbrison
Centraal Massief
1976
Laguiole
Centraal Massief
1976
Langres
Bourgogne
1991
Livarot
Normandië
1975
Maroilles
Marolles
Noord-Nauw van Calais
1976
Mont d'Or
Vacherin du Haut-Doubs
Franche-Comté
1981
Morbier
Franche-Comté
1998
Munster
Munster Géromé
Lotharingen
1978
Neufchatel
Normandië
1977
Ossau-Iraty
Aquitanië
1980
Pélardon des Cevennes
Languedoc-Roussillon
2000
Picodon de l'Ardèche
Picodon de la Drôme
Rhône-Alpes
1983
Pont-l'Evêque
Normandië
1976
Pouligny Saint-Pierre
Centre
1976
Reblochon
Reblochon de Savoie
Rhône-Alpes
1976
Rocamadour
Midi-Pyrénées
1988
Roquefort
Centraal Massief
1979
Saint-Nectaire
Centraal Massief
1979
Sainte-Maure de Touraine
Centre
1990
Salers
Centraal Massief
1979
Selles-sur-Cher
Centre
1975
Tome des Bauges
Rhône-Alpes
2003
Valençay
Centre
1997
Bronnen: persoonlijke samenvatting + aanvulling van uit wiki/Lijsten