Collageen is een vezeleiwit dat in de huid, het bindweefsel, de pezen, de zenuwen en de beenderen voorkomt en er de nodige structuur aan geeft. Collageen beïnvloedt de malsheid van vers vlees, het gebruik ervan in vleeswaren is beoperkt en het wordt als bindmiddel (in de vorm van zwoerd) gebruikt bij de productie van snijbare bloed- en leverbereidingen en kookworsten.
De bindweefseleiwitten bestaan hoofdzakelijk uit collageen, een vezelachtig eiwit dat ca. 1/3 van het totaal dierlijk eiwit uitmaakt. Het is aanwezig in verschillende types en onderscheidt zich o.m. door zijn hoog glycinegehalte (ca. 33% w/w). De sterkte van de bindweefselvezels (collageenfibrillen) wordt bepaald door de aard van de inter- en intramoleculaire bindingen.
Redenen genoeg om dit eiwit even van nabij te bekijken.
STRUCTUUR VAN COLLAGEEN
Collageen ontstaat in de weefselcellen onder de vorm van procollageen. Dit is een eiwitdraad die spiraalvormig (helixvormig) is opgedraaid. Drie zulke eiwitdraadjes worden onder afsplitsing van enkele aminozuren helixvormig (zoals bij een koordje) rond elkaar opgedraaid en vormen hierbij het zogenaamd tropocollageenmolecule. Verschillende tropocollageenmoleculen kunnen zich verder tegen elkaar leggen en door verknoping via een reactie van de zijgroepen van de aminozuren lysine en histidine een collageenvezel vormen (figuur).
Structuur van twee verknoopte tropocollageenmoleculen.
Elke tropocollageenmolecule is uit drie eiwitdraden opgebouwd.
Door verknoping van verschillende tropocollageenmeleculen
bekomt men een collageenvezel.
Deze collageenvezel is een lange, weinig elastische draad met een grote treksterkte. Deze vezels verlenen de huid, het bindweefsel en het beenderweefsel hun stevigheid. Pezen, dit zijn verbindingen tussen een spier en het skelet, bestaan hoofdzakelijk uit verknoopte collageenvezels en dit verklaart dan ook waarom deze pezen zo sterk zijn dat ze een spierbeweging kunnen overbrengen.
COLLAGEEN EN DE MALS HEID VAN VLEES
Het collageen van het bindweefsel beïnvloedt de malsheid van vlees. Bij eenzelfde dier zijn de spieren met een hoog collageengehalte de taaiste. Kalfsvlees: vlees van jongere dieren bevat minder en ander collageen dan dat van oudere dieren.
Het gehalte en de aard van het collageen bepaalt de zogenaamde "basale taaiheid" die niet verandert met de rijping. Deze basale waarde wordt verhoogd met de zogenaamde "myofibrillaire taaiheid", die verandert met de rijping.
Wanneer men echter eenzelfde spier van dieren met een verschillende ouderdom vergelijkt, dan stelt men vast dat de malsheid niet noodzakelijk met de hoeveelheid intramusculair collageen samenhangt. Meer dan de hoeveelheid collageen blijkt de graad van verknoping van de collageenvezels van belang te zijn.
Hoe groter de verknoping, hoe taaier het vlees. Deze verknoping neemt met het ouder worden van het dier toe. Ook het ras, het geslacht, het soort spier en de manier van fokken spelen een rol.
Het is duidelijk dat de malsheid van vlees vooreerst bepaald wordt door gehalte en aard van collageen: de indeling in stoofvlees en braadvlees van verschillende categorieën berust inderdaad op het collageengehalte dat globaal hoger is bij de spieren van het zogenaamde voorkwartier. Bij ouder worden van een slachtdier zal een spier minder mals vlees opleveren, daar de "vernettingsgraad" van het collageen toeneemt, daar waar het totale collageengehalte afneemt. Bij spieren die braadvlees van hoge kwaliteit leveren (lende- en bilspieren) wordt zelfs bij dieren van gelijke leeftijd, geslacht, gewicht en voeding, geslacht onder dezelfde omstandigheden, een belangrijke variabiliteit in masheid waargenomen.
COLLAGEEN EN DE VERHITTING VAN SPIERVLEES
Wanneer collageen tot ongeveer 65°C wordt verhit, treedt er een sterke inkrimping op. De collageenvezels kunnen hierbij zelfs tot 1/3 van hun oorspronkelijke lengte gereduceerd worden. Hierdoor kan er zoals bv. bij het pasteuriseren van ham, vocht uit de spiervezels geperst worden. Bij de inkrimping van de collageenvezels kunnen nieuwe verknopingen ontstaan waardoor het vlees taaier wordt. Indien de verwarming tot 100°C wordt voortgezet, gaat het collageen in wateroplosbaar gelatine over. Hierdoor wordt het vlees malser. Dit is een techniek die de huisvrouw toepast bij het klaarmaken van bindweefselrijk stoofvlees.
CHEMISCHE SAMENSTELLING EN BEPALING VAN COLLAGEEN
Het collageen vertoont een zeer speciale aminozuursamenstelling: het bevat zeer veel glycine (33 %) en het bezit 2,5 tot 12,5 % proline en ongeveer 12,5 % hydroxyproline. Het gehalte aan essentiële aminozuren is vrij laag vooral methionine en tryptofaan zijn in zeer lage concentraties aanwezig (tabel 1).
Daar hydroxyproline niet in myofibrillaire eiwitten voorkomt en in quasi constante verhouding in collageen aanwezig is, kan men collageen via een hydroxyprolinedosering bepalen.
Hierbij is: % collageen in vleeseiwit =100 (hydroxyproline x 8)/vleeseiwit
De factor 8 komt van het feit dat collageen 12,5 % hydroxyproline bevat (100: 12,5 = 8).
Naast aminozuren bevat collageen nog 1 tot 2 % suiker, voornamelijk in de vorm van glucose en galactose.
Tabel 1. Gehalte aan essentiële aminozuren in vlees en collageen (in g/kg eiwit)
AMINOZUUR
RUND
VARKEN
COLLAGEEN
Isoleucine
50
50
17
leuclne
81
81
37
lysine
76
94
45
methionine
27
30
10
fenylaline
43
44
21
threonine
48
48
15
tryptofaan
20
10
1
valine
53
51
21
som
398
408
167
VOEDINGSWAARDE VAN COLLAGEEN
Zoals hierboven reeds aangehaald, bezit collageen weinig essentiële aminozuren en vertoont het voornamelijk een sterk tekort aan methionine en tryptofaan. Dit betekent dat collqgeen tegenstelling met andere dierlijke eiwitten, een lage biologische voedingswaarde heeft. Om de consument hoogwaardige vleesproducten te garanderen, heeft de wetgever de hoeveelheid collageen in vers gehakt vlees, vleesbereidingen, vleessalades en in vleeskroketten beperkt. Hiertoe werd er voor deze producten een maximum verhouding van collageen op vleeseiwit vastgelegd (tabel 2.)
Tabel 2. Wettelijk toegelaten hoeveelheid collageen in vers gehakt vlees, vleesbereidingen, vleessalades en vleeskroketten.
VLEESSOORT
MAXIMUM VERHOUDING VAN COLLAGEEN OP VLEESEIWIT (1)
gehakt vers vlees
gehakt varkensvlees
18
ander gehakt vlees
18
verse varkensworst
20
andere verse worst
20
mager gehakt vlees
12
vlees bereidingen
smeerpastei
25
snijpastei en leverworst
25
corned-beef
andere vleesbereidingen
30 (2)
niet-verhitte vlees bereidingen
25
Vleessalades
25
Vleeskroketten
25 (3)
25
(1) 100 (hydroxyproline x 8)/vleeseiwit
(2) Deze norm geldt niet voor perskop en soortgelijke verhitte vleesbereidingen alsmede voor aspic, waarin voedingsgelatine een essentieel ingrediënt uitmaakt en duidelijk zichtbaar blijft in de waar.
(3) Berekend op het gedeelte bereid vlees en vleesbereidingen.
COLLAGEENGEHALTE EN PRODUCTFORMULERING
Bij de productformulering moet men dus rekening houden met het collageengehalte van het gebruikte spier- en orgaanweefsel en het zwoerd alsook met de aangewende hoeveelheid voedingsgelatine. Met behulp van tabel 3 waarin het water-, vleeseiwit-, vet- en collageengehalte van rund-, kalfs- en varkensvlees zijn weergegeven, kan men de maximumverhouding collageen op vleeseiwit berekenen. Indien men voedingsgelatine gebruikt, wordt dit als collageen en niet als vleeseiwit aangezien. Voor een slager is het onmogelijk exact te weten welke het eiwit- en het collageengehalte van zijn verwerkt vlees is.
TECHNOLOGISCHE FUNCTIE VAN COLLAGEEN
In snijdbare bloed- en leverbereidingen alsook in kookworsten wordt zwoerd als bindmiddel gebruikt om een goede consistentie en snijdbaarheid te bekomen. Mits de toevoeging van zwoerd
Binnen bepaalde grezen blijft, zal dit met noodzakelijk tot eengeringere voedingswaarde leiden.
In bloed- en leverbereidingen wordt zwoerd warm verwerkt. Het zwoerd wordt eerst geblancheerd en dan niet te mals gekookt. Te lang koken mag niet, anders krijgt van lijmige smaak.
Bij de bereiding van kookworsten wordt zwoerd in emulsie (zwoerd: water: spek = 2 : 5 : 5) bij 60- 65°C of in rauwe toestand verwerkt. In dit geval wordt het rauwe zwoerd in lichtbevroren toestand verkleind en met gelijke hoeveelheid verkleind ijs verwerkt.
INVLOED VAN COLLAGEEN OP DE WATERBINDING
Bindweefsel (collageen) is zeer goed in staat om vocht op te nemen en ook vast te houden. Dit gebeurt het best bij lage pH-waarden, dus nadat in het vlees melkzuur gevormd is.
Het Iso-elektrisch Punt van collageen ligt bij pH 7. Dus op dat punt is het vochtbindend vermogen op zijn kleinst.
Gaat men collageen verhitten, dan verandert het van karakter:
a. het waterbindend vermogen van collageen neemt af. Het gaat krimpen;
b. bij een temperatuur van omstreeks 80°C en hoger wordt collageen langzaam afgebroken tot gelatine; vanaf dat moment neemt het waterbindend vermogen weer toe.
Wanneer bij het koken door het krimpen van het eiwit myosinevocht wordt uitgeperst (afleg) dan kan dit vocht in tweede instantie toch door het collageen in het product worden vastgehouden.
Hiermee is meteen verklaard. waarom er aan gekookte producten gelatine wordt toegevoegd. Ook wordt er vaak zwoerd aan producten toegevoegd. In de regel wordt dit zwoerd eerst nog voorgekookt, waardoor meer gelatine vrijkomt.
Het ontstaan van afleg heeft meestal de volgende oorzaken:
a. onvoldoende menging waardoor er teveel vocht op één plaats in het deeg blijft hangen:
b. teveel water toegevoegd, waardoor het aanwezige eiwit niet meer in staat is om alle vocht te binden;
c. te hoge verhitting, waardoor de eiwitten een deel van het water loslaten.
SAMENVATTING
Collageen is een vezeleiwit dat in de huid, het bindweefsel, de pezen, de zenuwen en de beenderen van slachtdieren voorkomt. Bij verwarming kan uit het collageen van de huid en de beenderen voedingsgelatine worden gevormd.
Ofschoon het collageen een dierlijk eiwit is, mist het bepaalde essentiële aminozuren waardoor de voedingswaarde ervan beperkt is. Vandaar dat de wetgever voor bepaalde vleeswaren een maximum verhouding van collageen op vleeseiwit heeft vastgelegd. In vers vlees heeft de hoeveelheid en de toestand van het collageen een duidelijke invloed op de malsheid. Bij vleesbereidingen zoals bv. leverworst en bloedbereidingen wordt bij gebruik van zwoerdcollageen de consistentie merkelijk verbeterd.
Literatuur en bron van de bovenstaande informatie:.
Cursus ‘Vleeswarentechnologie’ - KTA-Diksmuide – Bertrand Vande Ginste
De Belgische Beenhouwerij – Prof. Dr. E. Van Schoonenberghe
Vlees – Bamst – H. De Brabander & D. Demeyer
Inleiding tot de vleeswarenproductie – SVO –
N.J.M. Faber, B.J. Holkenborg, W.A. Koster